GEMEENTEDECREET 2010 PDF

Doorwerking van het Gemeentedecreet op bestuurskracht van Vlaamse gemeenten. nl. , Journal Validation: vabb, Appears in. named ‘Municipal Decree’ (‘Gemeentedecreet’), was approved. Meanwhile, on the 25th of June , the Flemish government approved the order regarding. Brussels: Politeia. De Rynck, F. and M. Meire (). Draagvlakanalyse van het gemeentedecreet. Ghent: SBOV studie. De Rynck, F. and E. Wayenberg ().

Author: Samurisar Zumi
Country: Algeria
Language: English (Spanish)
Genre: Career
Published (Last): 20 November 2011
Pages: 223
PDF File Size: 18.46 Mb
ePub File Size: 6.28 Mb
ISBN: 530-3-82450-326-8
Downloads: 31738
Price: Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader: Net

Uiterlijk bij de eerstvolgende herziening van het gelijkgestelde gemeentelijke mobiliteitsplan, die plaatsvindt na de inwerkingtreding van het decreet van 10 februari houdende wijziging van het decreet van 20 maart betreffende het mobiliteitsbeleid en opheffing gemeentefecreet het decreet van 20 april gemeentedwcreet de mobiliteitsconvenants, moet het plan in overeenstemming worden gebracht met de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

De gemeente in kwestie brengt binnen de termijn, opgelegd door de Vlaamse Regering, gemeenteecreet wijzigingen aan in het gemeentelijk mobiliteitsplan die noodzakelijk zijn om de onderlinge afstemming van de bepalingen, vermeld in het eerste lid, te verzekeren en brengt de Vlaamse Regering daarvan op de hoogte. De RMC wordt bijgestaan door een kwaliteitsadviseur die wordt aangesteld door het departement. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud van het participatietraject.

Bij ongunstig advies brengt de GBC aan de sneltoets de nodige aanpassingen aan om tegemoet te komen aan de punten die aanleiding gaven tot het ongunstig advies, behalve als het ongunstig advies werd heroverwogen.

De RMC is verantwoordelijk voor: Op initiatief van de gemeente wordt in elke gemeente een GBC ingesteld. De overheden, diensten, agentschappen en rechtspersonen, vermeld in het eerste lid, houden bij het voorbereiden, het vaststellen, het uitvoeren, het volgen en het evalueren van het mobiliteitsbeleid ook rekening met de volgende beginselen: De bepalingen, vermeld in het eerste lid, zijn informatief.

Het mobiliteitsmonitoringsysteem bevat ten minste de ontwikkeling en het beheer van: Het gemeentelijk mobiliteitsplan kan op elk moment geheel of gedeeltelijk worden herzien. In voorkomend geval houdt de Vlaamse Regering rekening met de resultaten van dit overleg.

Bij aanpassing van het gemeentelijk mobiliteitsplan, als vermeld in het zesde lid, wordt het opnieuw ter advies voorgelegd aan de kwaliteitsadviseur. De gemeenteraad stelt een gemeentelijk mobiliteitsplan vast. In dat geval bezorgt de MORA onmiddellijk de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren en resultaten van de publieke consultatie, vermeld in artikel 12, aan het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering.

De doorkijkperiode kan dertig jaar bedragen. Bij ongunstig advies van de kwaliteitsadviseur brengt de gemeenteraad bij de definitieve vaststelling van het gemeentelijk mobiliteitsplan de vereiste aanpassingen aan om tegemoet te komen aan de punten die aanleiding gaven tot het negatief advies, behalve als het ongunstig advies werd heroverwogen. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaraan fysieke personen, rechtspersonen, de personeelsleden van een onder het Vlaamse Gewest of een gemeente ressorterende dienst of agentschap moeten voldoen om een ontwerp van mobiliteitsplan te kunnen opmaken of een kwaliteitscontrole op dat ontwerp van plan te kunnen uitvoeren.

  CALLES PUEBLA HUGO LEICHT PDF

Als de MORA geen advies heeft verleend binnen die termijn, mag aan het adviesvereiste worden voorbijgegaan. Het plan heeft een tijdshorizon van tien jaar en kan een doorkijkperiode van dertig jaar omvatten. De GBC is ten minste samengesteld uit: Zolang niet alle vaststellingsbesluiten zijn bekendgemaakt, treden alleen de bepalingen in werking die uitsluitend betrekking hebben op het grondgebied van de gemeente waarvan het vaststellingsbesluit overeenkomstig het eerste lid werd bekendgemaakt.

Er wordt ook een evaluatie uitgevoerd die aangeeft hoe het project of de cluster van samenhangende projecten bijdraagt tot een duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid.

Decreet betreffende het mobiliteitsbeleid

Het mobiliteitsplan is een beleidsplan dat in hoofdlijnen de langetermijnvisie aangeeft op de duurzame mobiliteitsontwikkeling. Het college van burgemeester en schepenen geeft een ruime gemeenteddecreet aan het gemeentelijk mobiliteitsplan. De overeenkomst regelt de wederzijdse verbintenissen van de actoren. Dit advies is beperkt tot de punten die aanleiding gaven tot het ongunstig advies over de sneltoets en beoordeelt of de aanpassingen aan de sneltoets hieraan tegemoet komen.

Het intergemeentelijk mobiliteitsplan kan bepalingen bevatten op intergemeentelijk en op gemeentelijk niveau. Het plan kan op elk moment door de Vlaamse Regering geheel of gedeeltelijk worden herzien volgens de procedure die geldt voor de opmaak en de vaststelling ervan.

De realisatie ervan steunt op een maatschappelijk veranderingsproces waarin het gebruik van hulpbronnen, de bestemming van investeringen, de gerichtheid van de technologische ontwikkeling en institutionele veranderingen worden afgestemd op zowel toekomstige als huidige behoeften.

Bij ongunstig advies kan de initiatiefnemer, in voorkomend geval na het aanbrengen van de nodige gemeentedecreft, het project opnieuw voorleggen aan de GBC. De mobiliteitsconvenants die gesloten zijn voor de inwerkingtreding van het decreet van 10 februari houdende wijziging van het decreet van 20 maart betreffende het mobiliteitsbeleid en opheffing van het decreet van 20 april betreffende de mobiliteitsconvenants, en de modules die er deel van uitmaken, blijven geldig tot de volledige uitvoering ervan.

De richtinggevende bepalingen van de bestaande gemeentelijke mobiliteitsplannen die strijdig zijn met de richtinggevende bepalingen van het Mobiliteitsplan Vlaanderen, worden van rechtswege opgeheven door de definitieve vaststelling van dat laatste plan.

Het gemeentelijk mobiliteitsplan geeft gementedecreet kader aan voor het gewenste duurzame lokaal mobiliteitsbeleid. In voorkomend geval besluiten de colleges van burgemeester en schepenen van aangrenzende gemeenten tot het opmaken van een intergemeentelijk mobiliteitsplan.

Ze draagt er zorg voor dat aan het voortgangsrapport een ruime bekendheid wordt gegeven.

  AP89341 DATASHEET PDF

Voorafgaand aan de voorlopige vaststelling van het Mobiliteitsplan Vlaanderen stelt de gewestelijke planningscommissie een niet-technische samenvatting op met een tussentijds overzicht van de belangrijkste mobiliteitsproblemen, de aanpak ervan en de mogelijke alternatieven. Afdeling II Mobiliteitsplan voor vervoersgebieden Artikel Op voorstel van de initiatiefnemer kunnen de werkzaamheden van de GBC of deelaspecten ervan worden gebundeld in een gezamenlijk bovenlokaal overlegplatform, IGBC genoemd.

Als het advies niet is uitgebracht binnen de termijn daartoe bepaald door de Vlaamse Regering, wordt het geacht gunstig te zijn. Het richtinggevende deel van het Mobiliteitsplan Vlaanderen omvat ten minste: Het mobiliteitsplan beoogt enerzijds samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen over duurzame mobiliteit, en anderzijds het mobiliteitsbeleid en de aanverwante beleidsdomeinen op elkaar af te stemmen.

Decreet betreffende het mobiliteitsbeleid

De Vlaamse Regering bepaalt gemfentedecreet nadere voorwaarden op basis waarvan het personeel, de plannen en de projecten, vermeld in de eerste paragraaf, subsidiabel zijn. Als daartoe wordt besloten door de gemeenteraad in het kader van participatie, kunnen de vergaderingen van de GBC worden opengesteld voor vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de bevolking. De Vlaamse Regering bepaalt de procedures voor de aanvraag, beoordeling, toekenning en uitbetaling van de subsidie.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de procedure, de vorm en de termijn waarbinnen de kwaliteitsadviseur zijn advies uitbrengt. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de methodologie, de procedure voor de opmaak, de evaluatie, de herziening, de bekendmaking van het Mobiliteitsplan Vlaanderen en de kwaliteitscontrole op dat plan.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de opmaak en de inhoud van het provinciaal mobiliteitscharter. Het richtinggevende deel van een gemeentelijk mobiliteitsplan is richtinggevend voor de gemeente en de eronder ressorterende diensten en agentschappen. Het richtinggevende deel van het gemeentelijk mobiliteitsplan omvat ten minste: De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de inhoud, de vorm en de procedure van de sneltoets.

Er wordt een mobiliteitsplan opgemaakt op de volgende niveaus: Het informatieve deel van het Mobiliteitsplan Vlaanderen bevat ten minste: Er kan ook een mobiliteitsplan worden opgemaakt op de volgende niveaus: De Vlaamse Regering draagt er zorg voor dat het Mobiliteitsplan Vlaanderen ruim wordt bekendgemaakt.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling, werking en opdracht van de commissie. Gemeentedecreeg gemeentelijk mobiliteitsplan treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking ervan.